Miljoenennota: Kabinet investeert 3 miljard in koopkracht burgers

Het kabinet wil komend jaar de koopkracht voor alle huishoudens verbeteren. Om dat te realiseren, is er een bedrag van maar liefst € 3 miljard gereserveerd. Vooral de middeninkomens gaan daar de vruchten van plukken.

Gemiddeld moet de koopkrachtstijging in 2020 uitkomen op 2,1%. In de praktijk betekent dit dat de helft van de huishoudens er volgend jaar meer bij krijgt dan 2,1% en de andere helft juist minder. In die tweede groep zitten naast uitkeringsgerechtigden vooral gepensioneerden. Zij gaan er volgens de berekeningen 1,1 tot 1,2% op vooruit.

Werkenden
Werkenden – en dan met name als zij niet alleenstaand zijn – profiteren het meest. Volgens de berekeningen kunnen gezinnen met een inkomen tussen € 35.000 euro en € 52.000 bruto rekenen op een koopkrachtstijging van 2,2%. Voor inkomens van € 52.000 tot € 75.000 is dat zelfs 2,4%.

Zelfstandigen
Dat geldt in mindere mate voor zzp'ers. Die gaan namelijk minder profiteren van fiscale regels. Zo is de eerste € 7.280 van hun winst nu nog vrijgesteld. In de komende tien jaar wordt dit bedrag stapsgewijs verlaagd naar ongeveer € 5.000.

Kindgebonden budget
Voor het kindgebonden budget trekt het kabinet in 2020 een extra bedrag van € 500 miljoen uit. Daardoor krijgen ruim 300.000 twee-oudergezinnen er gemiddeld bijna € 1.000 per jaar bij. Een vergelijkbaar aantal twee-oudergezinnen dat nu nog niet in aanmerking komt voor het kindgebonden budget, kan volgend jaar rekenen op een toelage van gemiddeld ruim € 600.

Ondernemers
Ondernemers betalen een belangrijk deel van de rekening. Zo wordt de eerder voorgestelde verlaging van het toptarief in de vennootschapsbelasting uitgesteld. Het tarief blijft daarmee in 2020 nog 25%. Verder daalt het tarief vanaf 2021 minder snel: naar 21,7% in plaats van 20,7%.

Box 1
Het hoogste tarief in box 1 gaat in 2020 omlaag van 51,75% naar 50,50%. In 2021 daalt het nog verder naar 49,50%. Dit voorstel is vorig jaar al aangenomen door de regering. Maximale aftrek omlaag Helaas wordt ook het tarief van aftrekposten zoals hypotheekrente, partneralimentatie, giften en zorgkosten lager. Sterker nog, dit daalt veel harder dan de belasting en is volgend jaar nog maximaal 46%. In 2021 wordt dat 43% en in 2022 nog slechts 37,05%. Aftrekposten als lijfrenten, arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, fiscale oudedagsreserves en reisaftrek openbaar vervoer vallen nog wel onder het hogere tarief.

Box 2
Het tarief van box 2 stijgt in 2020 van 25% naar 26,25% en het jaar daarop naar 26,9%. Dit tarief geldt voor voordelen uit aanmerkelijk belang, zoals bijvoorbeeld uitgekeerd dividend.

Box 3
Het kabinet wil de regels voor de belasting in box 3 de komende jaar flink te veranderen. Spaarders zouden er daardoor bij een lage spaarrente op vooruitgaan. Maar wie belegt of een tweede huis heeft, gaat juist meer betalen. Meer hierover leest u in dit artikel.